Wat deed je, die dag?

Er schijnt een bleke zon,
maar die is warm genoeg
om me blij te maken.
UIt de straat komen geuren,
koffie en warm brood.

Morgen zal ik niet meer zien.

Nooit meer een bleke zon,
nooit meer de mist en het land.

Ze zeggen dat dit land van hun is.
Ik ken geen ander land.

Vanavond gaan wij hun doden.
Vanavond ga ik dood.

Ik kan niet meer terug,
de anderen weten mij te vinden.

Nog minder dan een dag
is mijn leven.
Wat moet ik er mee.?

Een druildag in een mistland.
Zo warm is die zon nou ook weer niet.

Was dat alles?