Gisteravond liep er al een vos door de velden,

in het schuine licht.

Er scheerden eerst zwaluwen over, en daarna vleermuizen.

Nu is de zon net op, het licht is nog gesluierd.

In de haag zijn winterkoninkjes druk:

weer een nieuw nestje bouwen.

Door de velden loopt een konijn

dat  weet van geen vos.

Je mag hier allemaal bij zijn als mens,

als je maar stil bent.

Stil? Wij?  Vergeet het!

We komen er aan,  met onze bajonetten,

en rijten  buiken open.

We graven kuilen voor kanonnen.

We schieten bulderend paarden kapot,

en soms ruiters.

Onze generaals drinken champagne,

en laten het sein  blazen

voor een  tactische aftocht.

De vos komt vanavond maar niet.

Hij vindt het nog te link.

Maar morgen is er weer sluierlicht,

zijn er weer winterkoninkjes,

en konijnen.

Het landschap is de slag al vergeten,

en herstelt van de slagen.

Een wandelaar vraagt zich later af,

waar die puisten vandaan komen.

Nu je het zegt,

daar stonden de kanonnen.