Rome, Forum Boarium

 

Dit is de plek, dit is de oude stad.

Twee oude tempels,

een pleintje bij de rivier, veel bomen.

Iets verder een oude brug,

die de oevers niet meer raakt,

en een eiland met oude kerken.

 

De goden weten het niet meer,

bestaan ze nog?

Maar niemand let op hen.

De mensen lopen verder.

Want daar is  een leeuw,

nou ja, zijn kop,

en ach, hij is maar van steen.

 

De bek kan dichtklappen,

als je je hand er in legt,

en een leugen zegt.

Er staat een rij liefdesparen,

die twijfels hebben.

 

“Het is gewoon een oud putdeksel,

toch?”

 

Hercules is een simpele ziel.

“Het is maar een spelletje,

spelen dat je trouw bent,

veel leuker dan in het echt”

Vesta de stookster weet beter.

 

“Hoe weet je dat?”

 

“Dat weet ik gewoon”

Hercules heeft niet zoveel ervaring

op dit punt.

 

De rij is zo lang

dat het gaat vervelen.

Dus dan maar weer die ruzie.

 

 

“Die tempel is rond,

Dus hij is van mij.

Ik ben van de ronde dingen.”

 

Alles aan Vesta is vurig en rond,

daar wordt Hercules verlegen van.

En al staat in alle  boeken

dat het zijn tempel is,

hij durft niets te zeggen ,

gooit het over een andere boeg.

 

“Laten we godenspel doen,

Een sterveling in de war brengen.

Dat doe je als je ruzie hebt.”

 

Maar ze hebben geen macht meer.

Er lopen alleen volgelingen,

van tandenborstels op stokken,

of van ballonnen.

“Zijn dat onze nieuwe collega’s?”

“Nee, ze zitten vast aan reisleiders,

daar is niets goddelijks aan.”

 

Dan zien ze een oude man,

die niets lijkt te volgen

dan oude stenen.

“Zullen we die nemen?”

“Nee, daar is niets aan.

Die verdwaalt al zonder ons.”

 

“Waar wil hij naar toe?

Al die oude plekken,

wil hij terug?

Zou hij willen

dat wij er nog toe deden?”

 

“Maak je niets wijs,

Die tijd is niets voor hem.

Alle marmer op zijn plek,

de beelden kakelbont,

dat wil hij juist ontlopen.”

 

“Hij wil snuiven

aan heel oude weemoed,

meer niet.”