Dit vel is leeg.

Nu u het zegt:

dit vel was leeg.

Nu staat er:

“Dit vel is leeg.”

(enzovoorts)

 

Wij hadden bedacht

(wij van het dichten)

hoe het moet:

wij stromen leeg,

en het vel vol.

Dan sta ik

op mijn vel,

en jij

op het jouwe.

En wij,

wij staan er bij

en kijken er naar.

 

Maar wat nou?

Een groot rotsblok

op de weg!

Nu is het vel de baas.

Het blijft leeg,

want dat is wat het wil.

En wij,

wij blijven nergens.

 

Ja, we mogen nu overal heen.

Geef me een heel pak lege vellen!

We mogen nog alles worden,

op jouw vel,

of het mijne.