Voor drie mestkalveren die ik in de wei zag staan toen ik terug kwam van dodenherdenking

 

Een mooie avond in mei.

Een vette wei.

Een drinkbak .

Een staart om mee te zwaaien.

Een kop om mee te duwen,

tegen de anderen of tegen de bak.

Dit is het leven,

zo moet het zijn.

 

Kijk mij maar niet aan.

Mijn ogen weten.

Hierna is er niets voor jullie.

 

Maar die mooie avond zal altijd blijven.

Ergens.