Voor Marina

 

We hebben haar al een tijd niet gezien.

Het was een leuk kind,

maar je zegt het,

soms wat irritant.

Nu zijn we bang.

Zullen we haar ooit terug zien?

Een misdrijf wordt gevreesd.

 

Er zwierf raar volk om haar heen.

Zouden die haar mee hebben getroond?

Je weet het nooit,

ze was zo

onschuldig.

 

Vieze oude mannetjes waren er bij.

Is ze met heen mee gelopen?

Gewoon, om ze op te vrolijken?

Maar nee, die liepen daar alleen,

wolven die voor lam speelden.

 

IJdeltuiten genoeg in de buurt

Daar hoeven we niet over te praten.

Zelfs de onschuld trapt erniet in,

kletspraatjes.

 

Op een afstand stonden belangrijke lieden,

met grote verantwoordelijkheid op hun nek.

Dat woog zo zwaar,

dat ze niet vooruit konden kijken.

Ze zagen de onschuld niet

 

Maar toen begon het ons te dagen.

Er liepen ook mannen en vrouwen in het zwart.

Ze zeiden dat de onschuld was gestorven,

om hun een plezier te doen,

vastgebonden aan een lichtend kruis.

 

Zoveel onzin werd zelfs de onschuld te veel.

Ze is weggevlogen,

maar wees niet bang,

ze komt terug