Een woord zat in een hoekje.

“Was ik maar Kniezen,

want dat doen de mensen”.

“ Nee”, zei een ander woord,

“Kniezen, dat ben ik”

Weer een ander woord wilde troosten,

maar het woord was Achterbaks.

“Geeft niets. Ieder doet zijn eigen ding,

en mijn ding is nu eenmaal groter.”

 

Andere woorden vroegen:

“Wat is jouw ding dan?”

“Tijdverdrijf”

“Niets mis mee, toch?”

“Jawel, het kan niet.

Al jaren zijn mensen bezig,

de Tijd te verdrijven.

en al die jaren zijn weer Tijd.

Het houdt nooit op”

Er klonken morrende woorden.

Als dingen geen dingen meer zijn,

waar hebben we het dan over?

Op zo’n moment moet je als baas ingrijpen.

 

De baas, dat is het woord Woord.

Daar is alles mee begonnen.

“Natuurlijk is Tijdverdrijf een ding,

Het kan bestaan. Het is ons gelukt.

Wij woorden zijn tijdloos.”

Alle vergeten woorden keken blij.