Woorden zijn net mensen.

Glibberige gluipers.

Je weet nooit of ze hun eigen stem gebruiken,

of meepraten met de rest.

De grootste gladakker is “lust”.

 

Toen we heel jong waren kwam lust alleen,

en vaker nog kwam lust niet.

Heel soms schaftte de pot dan wat anders

 

Met een klap ontwaakten ineens al onze lusten.

Ze wilden veelstemmig maar één ding.

Was dat nou alles?

 

Pas veel later waren we uitgewoed.

Sindsdien nog slechts ware schoonheid.

Geen oog meer voor lust, maar

een lust voor het oog,

dat ook wat wil.

 

Welk oog? Het linker, het rechter?

In haar eentje ziet het oog geen diepte,

niet het hele plaatje…

 

En nou hoor ik ook nog dat één plaatje meer zegt

dan tien duizend woorden.

Daar beginnen we mooi niet aan,

aan plaatjes.