Blauwe reiger.

Een zilverreiger in een boom.

Futenfamilie, de kinderen worden groot.

Twee haviken hebben ruzie.

 

“NIet veel bijzonders”, zeg ik terwijl ik kijk

naar de modder die naar binnen is gelopen.

“Waar is de dweil”.

 

Niet veel bijzonders.

Alsof ik het allemaal zelf heb bedacht.

Een roestbruine kop met een oranje voorhoofd,

daar kom je toch niet op?