Vanmorgen regende het.

Nu komt de zon voorzichtig door.

Ik ga naar het bos, je wilt toch naar buiten

als je vrij hebt, en het is mei.

 

De vogels zingen

zoals ze zingen

na een regenbui in mei.

Dan ruik je beter wat er bloeit,

ruik je volop fluitenkruid.

 

Ik voel me lekker en droevig.

 

Er waren lentes

toen ik nog niet dacht

aan dingen die voorbij gaan.

 

Nu zie ik dat het fluitenkruit

al zaadjes heeft gemaakt

voor later.

 

Een jonge ekster

zit plomp en verloren,

is ineens het nest uit.

 

Ik kom langs een plek

waar ik jaren geleden

mijn hondje voor het laatst zag.

 

Jaren eerder werd ik, verderop,

verliefd op een meisje, dat riep:

“pak me dan, als je kan.”

 

Wat komt er nu nog?

Lekker, en droevig, en dan?